Home / Academie / Basisstrategie / Les 2.3

Les 2.3 Basisstrategie
Zachte hand in blackjack: zo speel je A,2 tot en met A,9
Na deze les herken je een zachte hand: een hand met een aas die als 11 telt. Je speelt A,2 tot en met A,9 volgens de basisstrategie (in het Engels “basic strategy”), ook zachte 18. Je weet wanneer je een kaart neemt, verdubbelt of past. Daarna oefen je met de trainer hieronder.
Wat is een zachte hand?
In blackjack telt een aas als 1 of als 11. Een zachte hand is een hand met een aas die als 11 telt.
A,6 is zachte 17, ook wel soft 17. Een harde hand heeft geen aas, of een aas die als 1 moet tellen.
- A,2 = zachte 13
- A,3 = zachte 14
- A,4 = zachte 15
- A,5 = zachte 16
- A,6 = zachte 17
- A,7 = zachte 18
- A,8 = zachte 19
- A,9 = zachte 20
Kom je boven 21, dan telt de aas als 1. Met één kaart erbij kom je met een zachte hand dus nooit boven 21 (bust gaan).
Een aas, een 6 en een heer is harde 17. Die hand speel je volgens de rij voor harde 17: passen.
Zachte 13 tot en met 17: verdubbelen of een kaart nemen
Deze les gebruikt de Amerikaanse tafel: 6 decks, de dealer neemt een kaart op soft 17 en kijkt of hij blackjack heeft voordat jij speelt. Verdubbelen mag op je eerste twee kaarten.
- Een kaart nemen (hit): je krijgt nog een kaart.
- Passen (stand): je neemt geen kaart meer.
- Verdubbelen (double down): je zet nog eens hetzelfde in en krijgt precies één kaart.
De strategietabel geeft per hand de zet tegen elke open kaart van de dealer – de kaart van de dealer die je kunt zien. Aan de Amerikaanse tafel gelden deze zetten:
| Jouw hand | Verdubbelen tegen | Een kaart nemen tegen |
|---|---|---|
| A,2 en A,3 | 5 en 6 | 2 tot en met 4 en 7 tot en met aas |
| A,4 en A,5 | 4 tot en met 6 | 2 en 3 en 7 tot en met aas |
| A,6 | 3 tot en met 6 | 2 en 7 tot en met aas |
| 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | A |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| H | H | D | D | D | H | H | H | H | H |
| 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | A |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| H | D | D | D | D | H | H | H | H | H |
Passen op A,2 tot en met A,6 staat niet in deze rijen. Mag je niet verdubbelen, bijvoorbeeld met drie kaarten, dan neem je een kaart.
Zie je een aas in je hand, tel hem dan eerst als 11. Zo weet je meteen of je in de rijen voor zachte handen moet kijken.
Zachte 18: de hand met drie zetten
A,7 is zachte 18. Bij deze hand gebruik je alle drie de zetten.
- Tegen 2 tot en met 6: verdubbelen. Mag dat niet, dan pas je.
- Tegen 7 en 8: passen.
- Tegen 9, 10 en aas: een kaart nemen.
| 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | A |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Ds | Ds | Ds | Ds | Ds | S | S | H | H | H |
Met één kaart erbij kom je niet boven 21. Krijg je een lage kaart, dan wordt het een harde hand en speel je verder volgens de rij van die harde hand.
Aan de Europese tafel van onze tools (zonder dichte kaart, de dealer past op soft 17 – onze aanname, niet de regel van een casino) pas je met A,7 tegen 2.
Zachte 18 tegen een 9, 10 of aas: neem een kaart. Passen op 18 voelt goed, maar de tabel zegt hier een kaart nemen.
Zachte 19 en zachte 20: meestal passen
| 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | A |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| S | S | S | S | Ds | S | S | S | S | S |
Met A,8 pas je aan de Amerikaanse tafel, behalve tegen een 6: daar verdubbel je. Mag dat niet, dan pas je.
Aan de Europese tafel van onze tools pas je met A,8 ook tegen 6.
| 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | A |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| S | S | S | S | S | S | S | S | S | S |
Met A,9 pas je aan de Amerikaanse tafel tegen 2 tot en met aas.
- De tabel voor andere regels staat op blackjack strategie.
- Alle zachte handen op één blad: de cheat sheet.
- Oefen deze handen met de trainer hieronder; die gebruikt de Amerikaanse tafel.
Oefenen: 25 handen
Alleen handen uit deze les. Regels: Amerikaanse tafel, 6 decks, de dealer neemt een kaart op soft 17 en checkt meteen op blackjack, verdubbelen op elke twee kaarten. Je eerste antwoord telt.
De les op één kaart
- Een zachte hand heeft een aas die als 11 telt.
- Met één kaart erbij kom je met een zachte hand niet boven 21.
- A,2 tot en met A,6: nooit passen; verdubbelen tegen een lage open kaart, anders een kaart nemen.
- Zachte 18 (A,7): verdubbelen tegen 2–6, passen tegen 7–8, kaart nemen tegen 9, 10 en aas.
- A,8 en A,9: passen, behalve A,8 tegen 6: verdubbelen.
- Dit geldt aan de Amerikaanse tafel; de tabel voor andere regels staat op de strategiepagina.
Test jezelf
1. Welke hand is een zachte hand?
A,6
Goed. De aas telt hier als 11, want 11 + 6 = 17 blijft onder 21. Dat is zachte 17.
Een 10 en een 7
Niet helemaal. In deze hand zit geen aas. Het is harde 17.
Een aas, een 6 en een 10
Niet helemaal. Als 11 geteld zou de aas de hand boven 21 brengen, dus telt hij als 1. Het is harde 17.
2. Je hebt A,7 en de open kaart van de dealer is een 10. Wat doe je aan de Amerikaanse tafel?
Een kaart nemen
Goed. De rij voor zachte 18 zegt een kaart nemen tegen 9, 10 en aas. Met één kaart erbij kom je niet boven 21.
Passen
Niet helemaal. Passen op zachte 18 hoort bij een open kaart 7 of 8. Tegen een 10 zegt de tabel een kaart nemen.
Verdubbelen
Niet helemaal. Verdubbelen met A,7 hoort bij een open kaart 2 tot en met 6. Tegen een 10 neem je een kaart.
3. Je hebt een aas, een 3 en een 2 (zachte 16 met drie kaarten) en de dealer toont een 5. Wat doe je aan de Amerikaanse tafel?
Een kaart nemen
Goed. Zachte 16 tegen een 5 is verdubbelen, anders een kaart nemen. Met drie kaarten mag je niet verdubbelen, dus neem je een kaart.
Verdubbelen
Niet helemaal. Verdubbelen mag alleen op je eerste twee kaarten. Deze hand heeft drie kaarten.
Passen
Niet helemaal. Passen op zachte 13 tot en met 17 staat niet in de tabel. Met één kaart erbij kom je niet boven 21.