Home / Blackjack termen: de woordenlijst voor een online tafel

Blackjack termen: de woordenlijst voor een online tafel

Op deze pagina staan de blackjack termen die je aan een online tafel tegenkomt, op alfabet van het Nederlandse woord, met bij elk woord in een of twee zinnen wat het betekent. Waar spelers ook het Engelse woord gebruiken, staat dat tussen haakjes, zoals passen (stand), gelijkspel (push), verdubbelen (double down) en de dichte kaart (hole card).

01Blackjack termen van 3:2 tot dichte kaart

Getallen staan bovenaan. Daarna volgen de woorden van A tot en met D.

  • 3:2 – De gewone uitbetaling voor een blackjack. Met een inzet van 10 fiches krijg je 15 fiches uitbetaald en je inzet terug.
  • 6:5 – Een lagere uitbetaling voor een blackjack. Met een inzet van 10 fiches krijg je 12 fiches. Het huisvoordeel stijgt dan naar 1,98%.
  • 21+3 – Een side bet (een extra inzet naast je gewone inzet) op je eerste twee kaarten en de open kaart van de dealer. Je wint als die drie kaarten samen een combinatie vormen, zoals een flush, een straat of drie dezelfde kaarten.
  • Aas (ace) – Telt als 11, tenzij je hand dan boven 21 komt. Dan telt de aas als 1.
  • Basisstrategie (basic strategy) – Een vaste lijst van zetten voor elke hand tegen elke open kaart van de dealer. Met de basisstrategie is het huisvoordeel bij de standaardregels ongeveer 0,62%; het verdwijnt niet.
  • Blackjack – Een aas en een tienkaart als je eerste twee kaarten. Deze hand wint van een 21 die uit drie of meer kaarten bestaat. Heeft de dealer ook blackjack, dan is het gelijkspel. Je ziet het spel soms ook geschreven als “black jack”.
  • Bust gaan (bust) – Boven 21 komen. Je verliest je inzet meteen, ook als de dealer daarna zelf bust gaat.
  • Dealer – Degene die de kaarten deelt en tegen jou speelt. De dealer volgt vaste regels: een kaart nemen bij 16 of minder en passen bij 17 of meer, met soms een uitzondering voor soft 17.
  • Deck – Een spel van 52 kaarten. Een tafel speelt met 1, 2, 4, 6 of 8 decks; bij 6 decks zijn dat 312 kaarten.
  • Dichte kaart (hole card) – De kaart van de dealer die met de beeldzijde naar beneden ligt. Aan de Amerikaanse tafel krijgt de dealer aan het begin twee kaarten, waarvan één dicht, en kijkt de dealer of hij blackjack heeft. Aan de Europese tafel krijgt de dealer eerst één kaart en de tweede pas nadat alle spelers klaar zijn.

Bij bust gaan hoort deze grafiek. Je ziet hoe vaak de dealer bust gaat met elke open kaart.

02Blackjack begrippen van Europese tafel tot kaartwaarde

  • Europese tafel – Een tafel zonder dichte kaart: de dealer krijgt aan het begin maar één kaart. Heeft de dealer daarna blackjack, dan verlies je ook de extra fiches van verdubbelen en splitsen. Aan de Europese tafel van onze tools (6 decks, de dealer past op soft 17) is het huisvoordeel 0,52%.
  • Even money – Een aanbod als jij blackjack hebt en de dealer een aas laat zien. Je krijgt dan meteen 1:1. Sla je het af, dan is je gemiddelde resultaat +1,039 per inzet.
  • Fiches (chips) – De muntjes waarmee je inzet. Op deze site speel je met fiches, zonder geld.
  • Gelijkspel (push) – Jij en de dealer eindigen op hetzelfde totaal. Je krijgt je inzet terug. Ongeveer één ronde op 11 eindigt zo.
  • Harde hand (hard hand) – Een hand zonder aas, of met een aas die als 1 telt. Een 10 en een 6 is een harde 16.
  • Huisvoordeel (house edge) – Het deel van elke inzet dat het casino gemiddeld houdt. Over veel handen komt het gemiddelde resultaat per hand dichter bij het huisvoordeel, terwijl de totale schommeling in fiches blijft groeien. Elke ronde staat los van de vorige.
  • Inzet (bet) – Het aantal fiches dat je aan het begin van een ronde neerzet.
  • Inzetsysteem – Een plan om je inzet te verhogen of te verlagen na een gewonnen of verloren ronde. Een inzetsysteem verandert het huisvoordeel niet.
  • Kaart nemen (hit) – Je krijgt nog een kaart bij je hand. Spelers zeggen ook “kaart vragen”.
  • Kaarten tellen (card counting) – Bijhouden welke kaarten al gespeeld zijn. Digitale online spellen die door software gedeeld worden, schudden meestal elke ronde opnieuw.
  • Kaartwaarde – Kaarten 2 tot en met 10 tellen hun getal. Boer, vrouw en heer (J, Q, K) tellen 10. De aas telt 11, tenzij je hand dan boven 21 komt; dan telt de aas 1.
Tip van Victoria

Lees bij elk spel eerst de regels: hoeveel decks, wat een blackjack betaalt en of de dealer een kaart neemt op soft 17.

Meer over een gelijk totaal lees je op de pagina over gelijkspel bij blackjack. Hoe groot het huisvoordeel is per regel, staat bij huisvoordeel.

03Blackjack termen van late surrender tot RTP

  • Late surrender – Surrender die pas mag nadat de dealer heeft gekeken of hij blackjack heeft. Deze regel verlaagt het huisvoordeel met 0,09 procentpunt.
  • Martingale – Een inzetsysteem: na elke verloren ronde zet je de volgende ronde twee keer zoveel in. Een lange reeks verloren rondes kost veel fiches, en het huisvoordeel blijft gelijk.
  • Open kaart (up card) – De kaart van de dealer die je wel ziet. Je kiest je zet op basis van je eigen hand en deze kaart.
  • Paar (pair) – Twee kaarten van dezelfde waarde, zoals een 8 en een 8. Met een paar mag je splitsen.
  • Passen (stand) – Je neemt geen kaart meer en houdt je totaal.
  • Peek – Aan de Amerikaanse tafel kijkt de dealer bij een open aas of tienkaart onder de dichte kaart. Heeft de dealer blackjack, dan eindigt de ronde meteen en verlies je alleen je eerste inzet.
  • Perfect Pairs – Een side bet op je eerste twee kaarten. Je wint als ze een paar vormen; hoe meer de kaarten op elkaar lijken, hoe hoger de uitbetaling.
Perfect Pairs: wat elke uitbetalingstabel betaalt (tot 1), exacte kansen bij 6 decks
CombinatieKans (6 decks)Tabel ATabel B
Perfect paar1,608%25:130:1
Gekleurd paar1,929%12:110:1
Gemengd paar3,859%6:15:1
Huisvoordeel, 6 decks6,11%5,79%
Huisvoordeel, 8 decks4,10%3,37%
  • Ronde (round) – Eén keer delen, spelen en uitbetalen, van de eerste kaart tot de laatste fiche.
  • RTP (return to player) – Het deel van alle inzetten dat gemiddeld terugkomt bij de spelers. Hoe hoger de RTP, hoe lager het huisvoordeel.

Alle extra inzetten met hun uitbetalingen vind je bij blackjack side bets.

04Blackjack woordenlijst van schudden tot zachte hand

  • Schudden – De kaarten mengen. Digitale online spellen die door software gedeeld worden, schudden meestal elke ronde opnieuw.
  • Shoe – De bak waaruit de dealer de kaarten deelt. In een shoe zitten meerdere decks, bijvoorbeeld 8 decks met 416 kaarten.
  • Side bet – Een extra inzet naast je gewone inzet, zoals 21+3 of Perfect Pairs. Je ziet de uitbetalingen in de tabel van elke side bet.
  • Soft 17 – Een 17 met een aas die als 11 telt, zoals een aas en een 6. Neemt de dealer op soft 17 nog een kaart, dan stijgt het huisvoordeel met 0,21 procentpunt.
  • Splitsen (split) – Je verdeelt een paar over twee handen. Je zet een tweede inzet neer, even groot als de eerste.
  • Strategietabel – Een tabel met de basisstrategie. In elk vakje staat de zet voor jouw hand tegen de open kaart van de dealer.
  • Surrender – Opgeven en de helft van je inzet terugkrijgen. Dat mag alleen als eerste zet met je eerste twee kaarten.
  • Tienkaart – Elke kaart die 10 telt: de 10, de boer, de vrouw en de heer.
  • Uitbetaling (payout) – Wat je krijgt als je hand wint. Een gewone winnende hand betaalt 1:1, een blackjack 3:2 of 6:5.
  • Verdubbelen (double down) – Je verdubbelt je inzet en krijgt precies één kaart erbij. Daarna is je hand klaar.
  • Verzekering (insurance) – Een extra inzet van maximaal de helft van je inzet als de dealer een aas laat zien. Die betaalt 2:1 als de dealer blackjack heeft; het huisvoordeel op deze inzet is 7,4%.
  • Zachte hand (soft hand) – Een hand met een aas die als 11 telt. Een aas en een 6 is een zachte 17.
Tip van Victoria

Een zachte hand kan niet bust gaan met één extra kaart. De aas telt dan gewoon als 1.

05De termen oefenen zonder geld

Je leert de woorden het snelst als je ze aan een tafel ziet. Op deze site kan dat met fiches, zonder geld.

Tip van Victoria

Zeg bij elke hand in jezelf de naam: harde 16, zachte 18, een paar 8. Dan ken je de woorden snel uit je hoofd.

Veelgestelde vragen

Wat betekent push bij blackjack?

Push is het Engelse woord voor gelijkspel. Jij en de dealer hebben hetzelfde totaal en je krijgt je inzet terug.

Wat is een shoe bij blackjack?

De shoe is de bak waaruit de dealer de kaarten deelt. Er zitten meerdere decks in, bijvoorbeeld 6 decks met 312 kaarten.

Wat is het verschil tussen een harde en een zachte hand?

Een zachte hand heeft een aas die als 11 telt, zoals aas en 6. Een harde hand heeft geen aas, of een aas die als 1 telt.

Wat betekent soft 17?

Soft 17 is een 17 met een aas die als 11 telt, zoals aas en 6. In de regels van elke tafel staat of de dealer daarop past of nog een kaart neemt.

Wat is het huisvoordeel bij blackjack?

Het huisvoordeel is het deel van elke inzet dat het casino gemiddeld houdt. Met basisstrategie en de standaardregels is dat ongeveer 0,62%.

Waar de cijfers vandaan komen

Elk getal op deze pagina berekent ons blackjackprogramma exact voor de genoemde regels, met perfecte basisstrategie. Staat er geen regel bij, dan gelden: 6 decks, de dealer neemt een kaart op soft 17, verdubbelen na splitsen mag, geen surrender, de dealer checkt op blackjack, blackjack betaalt 3:2. Cijfers over hele sessies (schommeling, kans om in de plus te staan) zijn een benadering.